bedragen x € 1.000 | ||||
Autonome mutaties | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 |
|---|---|---|---|---|
Meicirculaire 2026 | 2.814 | 460 | -1.102 | -80 |
Aanpassing kapitaallasten | 2.907 | 1.707 | 802 | 188 |
Structurele voordelen | 1.391 | 1.299 | 1.524 | 1.524 |
Indexering leges omgevingswet | 80 | 80 | 80 | 80 |
Totaal autonome mutaties | 7.192 | 3.546 | 1.304 | 1.712 |
In deze begroting 2027-2030 zijn de onderstaande autonome mutaties meegenomen:
Meicirculaire 2026
Eind mei is de meicirculaire 2026 gepubliceerd. In de raadsvergadering van 9 september 2026 worden de financiële consequenties van deze circulaire besproken en hierover een besluit genomen.
Aanpassing kapitaallasten
Allereerst blijkt uit de jaarlijkse beoordeling van het rentebudget aan de hand van de openstaande kredieten en de liquiditeitenplanning dat een deel van het rentebudget kan vrijvallen. Deze vrijval wordt onder andere veroorzaakt doordat het nog niet nodig is geweest een langlopende geldlening af te sluiten door hoge ontvangen rijksbijdragen. We hebben er wel rekening mee gehouden dat we de komende jaren een aantal nieuwe geldleningen af moeten sluiten.
Daarnaast is in 2026 de financiële verordening geactualiseerd. Hierin is onder andere de start van afschrijvingen op investeringen gewijzigd naar met ingang van het jaar volgend op moment van ingebruikname. Bovendien zijn de afschrijvingstermijnen van een aantal type materiële activa gewijzigd. Deze wijzigingen leiden tot lagere kapitaallasten van de bestaande investeringen in de jaren 2027 t/m 2030.
Tot slot is in de begroting 2026 rekening gehouden met het realiseren van een aantal nieuwe investeringen in 2027 en 2028. Nu blijkt dat de ingebruikname van deze investeringen niet in 2027 zal plaatsvinden maar later, vallen de hierbij behorende kapitaallasten vrij.
Structurele voordelen
Bij de financiële analyse van de jaarcijfers van de afgelopen 4 jaar is voor de gehele organisatie gelet op eventuele structurele voordelen. Wanneer de afgelopen 4 jaar ruimte overbleef op een budget, en er geen (nieuw) beleidsplan ligt ter onderbouwing van de benodigde middelen vallen deze vrij. Dit heeft aan de uitgavenkant geleid tot een totaal van € 461.000 aan structurele voordelen. Wanneer de afgelopen jaren meer inkomsten zijn ontvangen dan begroot hebben wij deze hogere inkomsten toegevoegd aan de begroting. Dit heeft aan de inkomstenkant geleid tot een totaal van € 930.000 in 2027 oplopend naar € 1.063.000 vanaf 2029 aan structurele voordelen. Deze voordelen zijn als volgt verdeeld over de beleidsprogramma’s:
bedragen x € 1.000 | ||||
Structurele voordelen | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 |
|---|---|---|---|---|
Voordelen uitgaven | ||||
Programma 2 | 58 | 58 | 58 | 58 |
Programma 3 | 35 | 35 | 35 | 35 |
Programma 4 | 308 | 308 | 308 | 308 |
Financiën en algemene dekkingsmiddelen | 60 | 60 | 60 | 60 |
Voordelen inkomsten | ||||
Programma 2 | 555 | 463 | 688 | 688 |
Programma 4 | 185 | 185 | 185 | 185 |
Financiën en algemene dekkingsmiddelen | 190 | 190 | 190 | 190 |
Totaal | 1.391 | 1.299 | 1.524 | 1.524 |
Indexering leges omgevingswet
In de paragraaf lokale heffingen wordt voorgesteld de leges voor de omgevingswet te verhogen met 3,8% (inflatiepercentage). Dit resulteert in een verhoging van de begrote legesinkomsten met € 80.000 per jaar.
