Programma 4. Sociaal domein
Bedrag x € 1.000 | |||||
Nr. | Niet gehonoreerde aanmelding | Begroting 2027 | MJB 2028 | MJB 2029 | MJB 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Programma 4. Sociaal domein | |||||
64 | Formatie regietaken inburgering statushouders | 92 | 92 | 92 | 92 |
Totaal | 92 | 92 | 92 | 92 | |
Waarvan ten laste van de Algemene reserve (incidenteel)* | - | - | - | - | |
Waarvan ten laste van de exploitatie (structureel) | 92 | 92 | 92 | 92 | |
64. Formatie regietaken inburgering statushouders | ||||||||||||||||||||||||||
Formatie regietaken inburgering statushouders | ||||||||||||||||||||||||||
Categorie | Wettelijk | Totale investering | - | |||||||||||||||||||||||
Begroting 2027 | MJB 2028 | MJB 2029 | MJB 2030 | |||||||||||||||||||||||
Structurele exploitatielast | 92 | 92 | 92 | 92 | ||||||||||||||||||||||
Eenmalige kredieten | - | - | - | - | ||||||||||||||||||||||
Formatie | 1,00 | 1,00 | 1,00 | 1,00 | ||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |||||||||||||||||
Toelichting aanmelding
Gemeente De Fryske Marren heeft op basis van de Wet Inburgering een wettelijke taak op het gebied van inkoop, monitoring, toezicht en evaluatie betreft de statushouders die toegewezen zijn aan onze gemeente.
De Inburgering heeft de volgende (wettelijke) deeltaken:
1. Het afnemen van een brede intake;
2. Het opstellen, bijstellen en vastleggen van het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP);
3. Regiehouden op leerroutes en aanbod;
4. Monitoring van voortgang (dossiervorming, voorgangsgesprekken en signaleren achterstanden);
5. Toezicht van naleving: bewaken van verplichtingen;
6. Afstemming en ketensamenwerking;
7. Evaluatie en rapportage.
In januari 2026 omvat de taakstelling van DFM 225 statushouders die in onze gemeente een inburgeringstraject moeten volgen. De geschatte instroom betreft 86 statushouders in 2026 en 2027. In een ‘neutraal scenario’ stromen er net zoveel inburgeraars in als uit en blijft het aantal gelijk. In een ‘ongunstig scenario’ stromen er minder mensen uit dan in en neemt de taakstelling toe. Sneller uitstromen gebeurt slechts in uitzonderlijke gevallenen is daarom niet relevant om uit te werken. Voor 2027 wordt daarom een taakstelling van 225 tot 245 statushouders verwacht.
Hoewel er geen landelijke officiële urennorm per taak of per statushouder bestaat, stelt het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) als gangbare caseload 40 tot 70 dossiers per fte. Hierbij wordt opgemerkt dat een werkbare caseload sterk afhankelijk is van de complexiteit van de caseload. Ook heeft de omvang van neventaken (zoals huisvestingscoördinatie en projectwerkzaamheden (zoals Financieel ontzorgen), werkoverleg, casuïstiek, reistijd en ketenoverleg) invloed op de werkbaarheid van een caseload.
In een middelgrote gemeente met een relatief klein team regiehouders, ligt het aantal uren voor neventaken gemiddeld hoger. Uit een interne analyse blijkt dat er bij DFM per jaar 30,1 uur werktijd per inburgeraar nodig is.
Voor 2025 én 2026 is vanuit een eerdere perspectiefnota één tijdelijke FTE toegekend voor inburgering. De formatie is hiermee 4,1 FTE in 2025 en 2026. De regiehouders inburgering hebben daardoor momenteel een caseload van 55 inburgeraars per FTE. In 2025 is gebleken dat dit een hoge maar werkbare caseload is naast alle neventaken voor het cluster.
Aangezien het de verwachting is dat de taakstelling voor gemeentes gelijk blijft of toeneemt vragen wij de tijdelijk beschikbaar gestelde 1 fte voor regietaken inburgering te continueren voor onbepaalde tijd. Dit gaat om een bedrag van € 92.000.
Risico indien niet gehonoreerd
Wanneer deze aanmelding niet wordt goedgekeurd zijn er geen middelen om de huidige 1 fte inhuurkracht te continueren. Dit betekent dat we met minder mensen een hogere caseload te bedienen hebben. Er kan onvoldoende regie gevoerd worden op de inburgeringstrajecten. De taakstelling van DFM kan hierdoor onvoldoende uitgevoerd worden.
De deeltaken 4, 5 en 6 (zie Algemene (bestuurlijke) toelichting) zullen waarschijnlijk als eerste aan frequentie en kwaliteit inleveren. Ook is er minder capaciteit voor participatie in projecten door regiehouders, terwijl juist een integrale samenwerking tussen beleid, uitvoering en kwaliteit in projecten leidt tot werkbare projectresultaten. Op lange termijn hebben we daar waarschijnlijk hinder van. Een achterstand inhalen is meer werk dan een caseload op orde houden.
