Paragrafen

Paragraaf Duurzaamheid

Korte omschrijving
in brede zin is een toekomstbestendige omgeving een leef- en werkomgeving die zodanig is ingericht, dat zij duurzaam, flexibel en weerbaar blijft in de toekomst, ondanks veranderende omstandigheden zoals ecologische vereisten, klimaatverandering, technologische ontwikkelingen en maatschappelijke verschuivingen.

De Fryske Marren zet in op het klimaatbestendig en biodivers ontwikkelen, inrichten en beheren samen met inwoners, bedrijven en organisaties. Hiermee willen we de negatieve gevolgen van klimaatverandering beperken en sturen we aan op het verminderen van de schadelijke effecten van:

  • biodiversiteitsverlies;
  • verdroging;
  • wateroverlast;
  • verzilting;
  • hittestress.

Context en achtergrond
Het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) heeft als doel Nederland zo goed mogelijk klimaatbestendig in te richten voor 2050. In navolging hiervan hebben Rijk, VNG, UvW, en IPO het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie ondertekend. Voor de uitvoering hiervan heeft de gemeente een maatregelenpakket opgesteld, met als doel dat De Fryske Marren in 2050 waterrobuust, hittebestendig en klimaatadaptief is en beschikt over een natuurvriendelijke inrichting (bijvoorbeeld oevers, bermen en wegen)

Het kabinet wil 'rekening houden met water en bodem' bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het ‘ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ is een eerste uitwerking hiervan. Voor De Fryske Marren is dit kaderstellend voor ruimtelijke plannen. De focus van het instrument ligt bij het maken van ruimtelijke keuzes over waar nieuwe functies gebouwd worden. Daarnaast kan het kader ook gebruikt worden voor plannen die al vergevorderd zijn, door bewuste keuzes te maken over waar in het plangebied het beste gebouwd kan worden. Het ruimtelijk afwegingskader gaat over de onderwerpen waterveiligheid, wateroverlast, bodemdaling en de beschikbaarheid van drinkwater en wordt toegepast op projecten en gebiedsontwikkelingen waar op 1 januari 2025 nog geen bestemmingsplan voor aanwezig was. De klimaatimpact wordt hiermee geïntegreerd in de besluitvorming.

Kaderstellende beleidsnota's

  • Sustainable development goals (VN) 2015
  • Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018
  • Klimaatakkoord, 2019
  • Position paper ‘naar een klimaatbestendig Nederland’,(IPO) 2020
  • Deltaplan Biodiversiteitsherstel
  • Visie Fryslân klimaatbestendig 2050+
  • Duurzaamheidsprogramma De Fryske Marren 2021
  • Maatregelenpakket Klimaatadaptatie en Operatie Steenbreek 2021
  • Groenvisie 2023-2027 De Fryske Marren
  • Blauwe Omgevingsvisie Fryslân klimaatbestendig 2050+, 2023
  • Provinciale omgevingsvisie, 2024
  • Volkshuisvestingsprogramma 2024 – 2028, 2024
  • Nota grondbeleid 2024-2028, 2024
  • Europese Natuurherstelverordening (2024)
  • Water- en Rioleringsprogramma (WRP) 2026–2030

Trends en ontwikkelingen
Wateroverlast:
Delen van De Fryske Marren liggen laag en zijn gevoelig voor wateroverlast bij extreme neerslag. Door klimaatverandering nemen piekbuien in intensiteit en aantallen toe, wat druk zet op riolering en afwateringssystemen, de leefbaarheid en de veiligheid.

Verdroging van natuur en landbouwgronden:
Ondanks de waterrijke omgeving hebben we steeds vaker te maken met droogte, vooral op de hoge zandgronden bij Gaasterland en de veengronden. Dit beïnvloedt landbouwopbrengsten en natuurkwaliteit.

Hittestress in dorpen en steden:
Ook in de grotere kernen zoals Joure, Lemmer en Balk neemt hittestress toe, vooral in versteende wijken en in versteend openbaar gebied.

Herstel van biodiversiteit in het landschap:
De Fryske Marren kent van oudsher een divers en natuurrijk landschap. Intensieve landbouw en oprukkende verstedelijking hebben de biodiversiteit onder druk gezet. Een gezonde en groene leefomgeving vraagt om herstel en versterking van de biodiversiteit.

Verandering in veenweidegebieden:
De Friese veenweiden, zoals in de regio Hegewarren of Aldeboarn-De Deelen, dalen snel en stoten veel CO₂ uit.
Door te werken aan een integrale transitie gericht op vernatting, natte teelten en extensivering, met als doel het beperken van bodemdaling en het reduceren van CO₂ emissies en stikstofuitstoot, kan de landbouw zich hierop aanpassen. Dit vraagt om een gebiedsgerichte samenwerking tussen overheden, het waterschap, agrariërs en ketenpartners. Op deze manier kunnen we toewerken naar een toekomstbestendige inrichting van het veenweidelandschap, waarin landbouw, natuur en klimaatdoelen in balans worden gebracht.

Regionale samenwerking en gebiedsgerichte aanpak:
Klimaatadaptatie vraagt om gebiedsgerichte samenwerking tussen gemeenten, de provincie, het Rijk, waterschappen en gebruikers van het landschap.

Deze pagina is gebouwd op 09/10/2026 16:27:51 met de export van 09/10/2026 16:15:38