Omgevingswet
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Net als andere gemeenten bevinden wij ons nog in een fase van transitie naar het werken in overeenstemming met de Omgevingswet. Dit betekent werken aan de kerninstrumenten omgevingsvisie, omgevingsprogramma's, omgevingsplan en omgevingsvergunningen volgens de beleidscyclus. Deze transitie Ow loopt door tot 2032. We gaan de beleidscyclus verder vormgeven door integraal te werken, een intake- en omgevingstafel in te richten en de ICT-architectuur verder te ontwikkelen.
Omgevingsvisie
In de omgevingsvisie leggen we de strategische kaders voor de fysieke leefomgeving en de koers voor de lange termijn vast. De omgevingsvisie voor De Fryske Marren is in 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. In 2026 vindt een beleidsneutrale actualisatie van de omgevingsvisie plaats, zodat de omgevingsvisie alle vereiste thema’s bevat, actueel is en voldoet aan de digitale standaarden van de Omgevingswet. Bij een beleidsneutrale actualisatie nemen we alleen eerder vastgesteld strategisch beleid op, waarbij al participatie heeft plaatsgevonden. Om het stelsel van het omgevingsbeleid actueel te houden zal er jaarlijks een actualisatie van de omgevingsvisie plaatsvinden. Hiervoor is geen uitgebreid participatietraject nodig. In 2028 zal er een uitgebreide actualisatie van de omgevingsvisie (1 keer per 4 jaar) plaatsvinden met inwoners, college en de gemeenteraad, die gericht is op een richtinggevende koers voor de lange termijn richting 2050. Daarvoor is ook een planMilieuEffectRapportage (planMER) nodig.
De provincie werkt aan de Provinciale Omgevingsvisie (POVI). Begin 2026 was de inspraak op de ontwerp-omgevingsvisie. Daar hebben we onze zienswijze op gegeven. Naar verwachting stellen provinciale staten dit jaar de omgevingsvisie vast.
Omgevingsprogramma's
De Omgevingswet vraagt om een programmatische aanpak van maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving. Omgevingsprogramma’s helpen gemeenten met het vertalen van de ambities uit de omgevingsvisie naar concrete doelen, maatregelen en planning binnen de beleidscyclus.
Daarom zijn we in 2026 gestart met programma’s. Dit zijn visievormende programma’s (zoals een strategisch kader of verkenning) of uitvoeringsgerichte programma’s (met maatregelen, planning en uitvoering). Participatie vooraf is belangrijk. Het monitoren en evalueren van omgevingsbeleid is ook van belang.
Een omgevingsprogramma kan thematisch of gebiedsgericht van aard zijn. Voorbeelden van thematische programma’s zijn: een omgevingsprogramma mobiliteit, omgevingsprogramma volkshuisvesting, omgevingsprogramma warmte, omgevingsprogramma erfgoed, omgevingsprogramma duurzaamheid. Een voorbeeld van een gebiedsprogramma is het Omgevingsprogramma Waterfront Lemmer. Een omgevingsprogramma kan een visiedeel bevatten als ook een nadere motivering bevatten voor het opnemen van regels in het omgevingsplan. In een gering aantal gevallen is een planMER nodig, waarvoor ook het college bij omgevingsprogramma’s het bevoegd gezag is.
Het college is vanuit de Omgevingswet bevoegd om een omgevingsprogramma vast te stellen. Net als de omgevingsvisie is het publiceren van programma's in het Omgevingsloket verplicht. Het werken en doorontwikkelen van omgevingsprogramma's met monitoring volgens de beleidscyclus vraagt om integraal werken met de vereiste opleidingen en trainingen voor medewerkers. Participatie vooraf is verplicht en de gemeenteraad betrekken we bij de totstandkoming van de omgevingsprogramma's.
Omgevingsplan
Het omgevingsplan is in zekere zin de opvolger van het bestemmingsplan, maar een omgevingsplan heeft een veel bredere reikwijdte. Het omgevingsplan bevat namelijk niet alleen regels over bouwen en over het gebruik van gronden en bouwwerken, maar ook regels over milieuonderwerpen, zoals bodem, geluid, geur, trillingen, enzovoort. Sinds 1 januari 2024 hebben we van rechtswege (automatisch) een tijdelijk omgevingsplan gekregen. Dit omgevingsplan bestaat onder andere uit al onze bestemmingsplannen en uit 600 regels die voorheen op rijksniveau golden. Voor 1 januari 2032 moeten we dit omgevingsplan omzetten in een omgevingsplan in overeenstemming met de Omgevingswet. Dit doen we met wijzigingsbesluiten, die we vooral per gebied of per thema gaan nemen.
We zijn op dit moment bezig met het wijzigingsbesluit Buitengebied Zuid West, met wijzigingsbesluiten voor woningbouwplannen en met het wijzigingsbesluit voor het thema gewasbeschermingsmiddelen. Voor Buitengebied Zuid West zijn we daarnaast gestart met een planMER.
De rest van gemeente volgt ook: Joure, rest buitengebied en de rest van de dorpen. De gemeenteraad is bevoegd het omgevingsplan te wijzigen maar voor bepaalde categorieën wijzigingsbesluiten heeft de gemeenteraad dit gedelegeerd aan het college.
Uitvoering door Vergunningen,Toezicht en Handhaving
Met Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) dragen wij bij aan een veilige, duurzame en leefbare gemeente. Wij zorgen voor een evenwicht tussen het mogelijk maken van initiatieven en het bewaken van wet- en regelgeving. Daarbij staan dienstverlening, transparantie en rechtsgelijkheid centraal.
Het onderdeel Vergunningen richt zich op het zorgvuldig en tijdig beoordelen van aanvragen op het gebied van bouwen, milieu en openbare ruimte. Wij faciliteren inwoners en ondernemers bij hun plannen en denken proactief mee binnen de wettelijke kaders. Door duidelijke communicatie en een klantgerichte benadering streven wij naar een optimale dienstverlening en voorspelbare besluitvorming.
Het toezicht richt zich op het controleren van de naleving van vergunningen en regelgeving. Dit gebeurt risicogericht en gebiedsgericht, waarbij op basis van het programma toezicht en handhaving prioriteit wordt gegeven aan situaties met de grootste impact op veiligheid, gezondheid en leefomgeving. Preventie en voorlichting vormen hierbij een belangrijk uitgangspunt. Waar regels worden overtreden, treden wij handhavend op. Dit doen wij op een proportionele en consistente wijze, met oog voor maatwerk waar dat kan en handhaving waar dat moet. Het doel is het herstellen van de legale situatie en het bevorderen van naleefgedrag.
Lemmer Waterfront
In juli 2024 vestigde de raad een voorkeursrecht op het gebied Waterfront Lemmer (Sluisweg/Willemskade), geldig tot 17 juli 2027. Onder dit voorkeursrecht zijn de percelen aan de Sluisweg 9 en 11a aangekocht.
We onderzoeken of we dit gebied kunnen transformeren naar een gemengd gebied met wonen, horeca, maatschappelijke voorzieningen en recreatie. In 2025 stelde het college de projectopdracht vast en werd een projectgroep gevormd. Een eerste verkenning naar milieuaspecten (geluid, geur, zonering) en buitendijks bouwen laat geen onoverkomelijke belemmeringen zien. We hebben daarom besloten een gebiedsprogramma op te stellen.
Hiervoor is een plan van aanpak opgesteld, welke is goedgekeurd door het college. Hierover is de raad geïnformeerd met een memo. Het concept gebiedsprogramma is naar verwachting in het eerste kwartaal van 2027 gereed. Voor de vaststelling van het programma volgen we het traject welke aan de raad is gepresenteerd in de raadscarroussel van 3 juni 2026. De deadline voor de vaststelling van het gebiedsprogramma is 16 juli 2027. Met de vaststelling kan het voorkeursrecht voor 3 jaar bestendigd worden.
Ziekenhuis
Op 11 juni 2025 heeft de gemeenteraad de partiële herziening van de omgevingsvisie voor het plangebied vastgesteld. Hierbij is het gebied aangewezen als transformatiegebied maatschappelijke voorzieningen. Waarbij er in de visie duidelijk is aangegeven dat het hier een zorglandschap met een ziekenhuis betreft. Hiermee is het voorkeursrecht met 3 jaar bestendigd tot 11 juni 2028.
Daarmee blijft de gemeente zicht inzetten voor de komst van een ziekenhuis in Joure. Hierbij is het belangrijk dat de toekomstbestendige medische (specialistische) zorg in Fryslân gewaarborgd blijft. De Driehoek Joure-Zuid is hiervoor gereserveerd en dit gebied blijft beschikbaar tot er definitief duidelijkheid is.
Hoogspanningsnetwerk
Het project 380 kV hoogspanningsverbinding Vierverlaten – Ens is een initiatief van Tennet om een hoogspanningsverbinding tussen hoogspanningsstation Vierverlaten in de gemeente Groningen en hoogspanningsstation Ens in de gemeente Noordoostpolder aan te leggen. Het Rijk volgt hiervoor de projectprocedure op grond van de Omgevingswet. Voor het project is een ambtelijk en bestuurlijk overleg ingericht met de betrokken gemeenten, waaronder De Fryske Marren, provincies en waterschappen.
Voorbereidingen vinden plaats om tot een zorgvuldige ruimtelijke inpassing te komen. Hierbij zijn verschillende ruimtelijke vraagstukken en de raakvlakken met de Lelylijn aan de orde gekomen.
Naast onze gemeentelijke voorkeur (het tracé dat eerst ten oosten van onze gemeente loopt en pas ten zuiden van Nieuweschoot onze gemeente binnenkomt en via Oudehaske onderlangs Vegelinsoord de gemeente weer uitgaat op het kruispunt Akkrumer Rak en It Deel), is er door de noordelijke provincies ook een regioadvies bij het Rijk ingediend. In mei heeft het Rijk de ontwerp-voorkeursbeslissing tot medio 2026 ter inzage gelegd. Ook de gemeente heeft een zienswijze ingediend, waarin het belang en de noodzaak van uitbreiding van het landelijke hoogspanningsnet wordt onderkend en de enorme impact van het traject op de inwoners en de open ruimte onder de aandacht wordt gebracht. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor:
- het volwaardig meewegen van belangen van inwoners, landschap en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen bij de verdere uitwerking;
- een ruime aankoop- en compensatieregeling voor inwoners en (agrarische?)ondernemers
- het parallel verkabelen van het bestaande 110 kV-tracé langs het nieuwe 380 kV-tracé;
- een zorgvuldige inpassing tussen Oudehaske en Heerenveen;
- het feit dat gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk voorkomen dienen te worden;
- heldere communicatie richting inwoners;
- de nauwe betrokkenheid van de gemeente in de vervolgfase.
Het doel is om begin 2027 de definitieve voorkeursbeslissing vast te stellen en in 2028 het ontwerpprojectbesluit van het tracé ter inzage te leggen. Na 2030 wordt de nieuwe hoogspanningsverbinding gebouwd.
Lelylijn
Het Rijk en Noordelijk Nederland werken sinds 2022 samen aan een Deltaplan voor Noordelijk Nederland. Doel is om door een betere OV-bereikbaarheid de sociaaleconomische situatie en leefbaarheid in Noordelijk Nederland te versterken. Rijk en regio hebben in 2025 gewerkt aan een masterplan Lelylijn. In het Masterplan zijn door Rijk en regio de financieringsmogelijkheden nader onderzocht, een aantal complexe locaties verder uitgewerkt en is de impact van de Lelylijn over 100 jaar in beeld gebracht. Het plan biedt meer zicht op de langjarige ontwikkeling van het gehele gebied en hoe de lijn kan worden ingebed in de ruimtelijke structuur van Nederland. De resultaten zijn in november 2025 tijdens een bijeenkomst in Thialf gepresenteerd aan de raden en staten. Gemeenten hadden geen besluitvormende rol in dit proces.
Het Masterplan Lelylijn is op 30 januari 2026 opgeleverd en besproken tijdens het Masterplan Congres Lelylijn in Den Haag. De heer Klaas Knot, voormalig president-directeur van De Nederlandsche Bank en Lelylijn-gezant, heeft tegelijkertijd een advies uitgebracht over de financieel-economische mogelijkheden en onmogelijkheden om de Lelylijn te realiseren
De inhoudelijke onderzoeken zijn hiermee afgerond. Het is nu aan het nieuw kabinet om besluiten te nemen over een vervolg. Wij wachten vooralsnog de ontwikkelingen af.
Wij blijven ambtelijk en bestuurlijk aangesloten op het proces.
Netcongestie
De komende jaren doen Liander, TenneT en andere bedrijven forse investeringen om de netcapaciteit uit te breiden vanwege de netcongestie. De projecten waarvoor deze investeringen nodig zijn, beginnen nu in uitvoering te komen. Dit heeft grote impact op de openbare ruimte en de beheerorganisatie van de gemeente. Eén op de drie straten wordt opengebroken voor aanleg van extra en zwaardere kabels. Ook worden er ongeveer 650 trafostations bijgeplaatst. De volgende projecten lopen of gaan binnenkort starten:
- Buurtgerichte aanpak: trafo’s en extra stroomkabels voor trafo’s laagspanning. Voorbeelden hiervan zijn in Wyckel, Lemmer-Noord en Balk.
- NuLelie: uitbreiding stroomkabels (ringen om de kernen en tussen buurten).
- Grootschalige uitbreidingen: nieuwe onderstations, regelstations, schakelstations en tussenliggende stroomkabels.
Wonen
Een grote landelijke woningbouwopgave voor de komende jaren
De regionale woondeal tussen Rijk, provincie en gemeenten vormt de basis voor de lokale Fryske opgave, 22.406 woningen tot en met 2030, waarvan minimaal 1333 in De Fryske Marren in de periode 1-1-2022 tot en met 31-12-2030. Tot 2035 blijft de woningvraag hoog, vooral door een toename van het aantal (kleinere) huishoudens en de groei van groepen met een zorgbehoefte. Ook op de lange termijn zijn er daarom aanzienlijk meer woningen nodig.
Nieuwe landelijke wetgeving volkshuisvesting
Het Rijk neemt de regie terug op de volkshuisvesting. Daartoe is de Wet versterking regie volkshuisvesting in werking getreden. Deze wet biedt het Rijk, de provincie en gemeenten de mogelijkheid regie te voeren op de volkshuisvesting. Gemeenten worden onder andere verplicht een huisvestingsverordening op te stellen waarin ook voor bepaalde groepen urgentie wordt geregeld. Met alle andere Friese gemeenten werken we aan één verordening voor heel Fryslân. Ook wordt een gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma verplicht, waarmee juridisch gestuurd kan worden op meer betaalbare woningen. Daarnaast komt er een meer dwingend kader voor het maken van prestatieafspraken. Deze landelijke wetgeving moet vervolgens op lokaal niveau uitgevoerd worden.
Plan van Aanpak kleinschalige asielopvang en afronding AZC Balk
Uit de startnotitie van 23 april 2025 ligt een opdracht voor het opstellen van een Plan van Aanpak voor het onderzoeken naar de mogelijkheden van een kleinschalige asielopvang binnen de gemeente De Fryske Marren. De gemeenteraad heeft op 11 maart 2024 via een motie het college gevraagd een Plan van Aanpak op te stellen voor kleinschalige asielopvang en heeft daarnaast een voorkeur uitgesproken voor meerdere kleine locaties voor een AZC in plaats van één groot centrum.
Welke opdrachten liggen er:
- Opstellen plan van aanpak voor het realiseren van kleinschalige AZC's binnen de gemeente, ter uitwerking van de motie van 11 maart 2024;
- Gestructureerde afronding van AZC Balk zo snel mogelijk na 1 oktober 2026 in overeenstemming met vergunning en COA-afspraken.
Het Plan van Aanpak geeft antwoord op het organiseren van asielopvang in De Fryske Marren, de uitwerking van de Spreidingswet, een gedegen communicatieplan (Wikselwurk-project) en de locatiecriteria waaraan kleine AZC's moeten voldoen.
Duurzaamheid
Warmtetransitie
Op 1 januari 2026 is de Wet collectieve warmtevoorziening in werking getreden. De wet verplicht gemeenten tot het vaststellen van een warmteprogramma. Daarnaast streeft het Rijk begin 2027 naar de invoering van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. Deze wet geeft gemeenten mogelijkheden om bepaalde gebieden verplicht aardgasvrij te maken. Hiermee kan de gemeente sturen op de warmtetransitie. De planning is om in het eerste kwartaal van 2027 een ontwerp-omgevingsprogramma ter inzage te leggen. Vaststelling is gepland in Q3/Q4 van 2027.
Toekomstbestendige omgeving (water en bodem sturend)
Het kabinet wil dat we rekening houden met water en bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het ‘ruimtelijk afwegingskader klimaat-adaptieve gebouwde omgeving’ van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) is een eerste uitwerking hiervan. Voor gemeenten, ook voor de Fryske Marren, betekent dit, dat zij hier bij hun ruimtelijke plannen rekening mee moeten houden en de klimaatimpact moeten betrekken bij hun besluitvorming.
Circulair klimaatbeleid: versnelling en verbreding via herijking Nationaal Programma Circulaire Economieen rijk-regiosamenwerking
De transitie naar een circulaire economie wordt urgenter en minder vrijblijvend. Nieuwe wettelijke verplichtingen vanuit het Rijk en de EU – zoals producentenverantwoordelijkheid, hergebruik en materiaalvoorschriften – maken duidelijk dat gemeenten richting 2030 een grotere rol krijgen in uitvoering, monitoring en rapportage op het gebied van circulariteit. Tegelijkertijd nemen grondstoffenschaarste en geopolitieke afhankelijkheden toe, wat de noodzaak tot circulair beleid versterkt. Dit vraagt om aanpassingen in ons gemeentelijk beleid en intensivering van regionale samenwerking, onder meer via Circulair Friesland en BouwCirculair.
Ontwikkeling SMP (Soorten Management Plan)
Om volledigheid ten aanzien van isolatiemaatregelen te faciliteren voor onze inwoners is er een gebiedsgerichte omgevingsvergunning nodig voor bijzondere gebouw-bewonende soorten zoals vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen die zich nestelen in spouwmuren en daken. Door deze vergunning kunnen ook daken en spouwmuren worden geïsoleerd. Het kan in totaal om 4000 huishoudens in onze gemeente gaan. Dankzij een Soortenmanagementplan (SMP) hoeven inwoners geen individueel ecologisch onderzoek (gemiddeld €5.000 per woning) uit te laten voeren, waardoor zij hun woning kunnen isoleren en zo hun energierekening substantieel kunnen verlagen. Het SMP stellen we per kern op. Hiermee is gestart in 2026 en de werkzaamheden worden begin 2028 afgerond. Veel lokale bedrijven zullen naar verwachting de isolatiemaatregelen uitvoeren.
Agrarisch gebied en landbouw: transformatie, verduurzaming en innovatie
Via het Fries Programma Landelijk Gebied (FPLG) is gewerkt aan de opgaven in het landelijk gebied, inclusief een toekomstbestendige landbouw. Na het stopzetten van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), is de samenwerking van gemeenten, waterschap en gemeenten aan FPLG nog doorgegaan. De opgaven zijn namelijk niet verdwenen. Met het stopzetten van NPLG en bijbehorend budget (dat was 25 Miljard) is het gesprek op gang gekomen over de wijze van samenwerking. Die samenwerking was intensief. Dat lijkt nu niet meer te passen bij de status van het programma. Toch willen de overheden samenwerking aan de opgaven van het landelijk gebied overeind houden, maar dan in een lichtere vorm. Gedacht wordt aan een bestuurlijk afstemmingoverleg tussen alle friese overheden enkele malen per jaar over de opgaven van het landelijk gebied en de wijze waarop we daaraan kunnen werken (o.a. via gebiedsprocessen). De afstemming tussen gemeenten onderling kan een plek binnen de VFG krijgen. Gemeenten hebben aangegeven daarbij ook een eigen verhaal te willen ontwikkelen. De Fryske Marren is bij uitstek een gemeente met veel grote opgaven in het landelijk gebied. Het oplossen van de opgaven kunnen we niet alleen. Daarom maken we ons hard voor de samenwerking met de andere overheden. De samenwerkingsvorm zal de komende tijd verder worden ingevuld.
Het rijk werkt werk via een Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof (TLNS) aan een aanpak om de stikstofproblematiek in Nederland aan te pakken door reductie van emissies, natuurherstel en toekomstbestendige landbouw. Bij de aanpak hoort een investeringspakket van 20 miljard euro. De provincie werkt aan een eigen stikstofaanpak. We zullen de belangen van onze agrarische ondernemers en daar waar mogelijk bij betrokken instanties onder de aandacht brengen en aandringen op perspectief en duidelijkheid voor hen.
Kwaliteit van bodem, water en lucht – versterking VTH-stelsel
In 2025 – en ook nog daarna – wordt een vervolg gegeven aan het in 2022 gestarte landelijke interbestuurlijk programmaplan versterking VTH-stelsel (IBP-VTH). Met het IBP-VTH wordt ingezet om de kwaliteit van de uitvoering van het VTH-milieustelsel te versterken. Het doel van het programma is het merkbaar verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving en het verminderen van vermijdbare schade aan het milieu.
Met de in 2025 geactualiseerde uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de Fumo-taken worden de vergunningverlenings-, toezichts-, en handhavingsinstrumenten meer risicogericht ingezet. Met daarbij de meeste inzet op de milieubelastende activiteiten die de hoogste risico’s veroorzaken voor de kwaliteit van de leefomgeving.
Prinses Margriettunnel en de bruggen Uitwellingerga en Spannenburg
De Prinses Margriettunnel is volledig hersteld en opengesteld voor snelwegverkeer. Op de locatie van de brug Uitwellingerga ligt een tijdelijk brugdek voor het lokale verkeer. Er is binnen Rijkswaterstaat de wens om een tunnelbuis van de Prinses Margriettunnel in te richten voor het lokale verkeer, zodat het huidige brugdek kan komen te vervallen en al het scheepvaartverkeer, maar ook pleziervaart gebruik kan maken van het Prinses Margrietkanaal.
De planfase voor de realisatie van drie nieuwe Friese bruggen is van start gegaan. Hieronder vallen de bruggen Spannenburg, Uitwellingerga en Oude Schouw. De omgeving rondom deze bruggen wordt nauw betrokken bij het proces om te komen tot een nieuwe voorkeursvariant.
Stremming Scharsterrijnbruggen recreatievaart
Op basis van recente herberekeningen en technische inspecties is vastgesteld dat de Scharsterrijnbruggen niet meer volledig voldoen aan de geldende constructieve veiligheidseisen. Vooral de belastbaarheid van specifieke constructieve onderdelen is inmiddels beperkt. Daarnaast zijn tekortkomingen geconstateerd aan de hydraulische installatie en is sprake van onderdelen die het einde van hun levensduur hebben bereikt.
Om de veiligheid te borgen is de bediening van de bruggen voor de hoge recreatievaart stilgelegd. Al het andere scheepvaartverkeer kan de brug moeiteloos blijven passeren. Bediening van deze constructief gehavende brug wordt door Rijkswaterstaat niet verantwoord geacht.
Hiermee wil Rijkswaterstaat voorkomen dat de bruggen verder in verval raken, waardoor beschikbaarheid voor het wegverkeer in gevaar komt. De bruggen blijven dus beschikbaar voor het wegverkeer op de A6, omdat dit een essentiële schakel in het hoofdwegennet betreft. In het najaar van 2026 worden de nodige inspecties uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek wordt gebruikt om de restlevensduur van de bruggen vast te stellen en te bepalen welk onderhoud nodig is om de brug de komende jaren constructief veilig te houden.
Vanuit de vernieuwsopgave zullen wij als gemeente De Fryske Marren ons hard maken om een aquaduct te realiseren op deze locatie. Hiervoor zullen wij actief de gesprekken starten met Provincie Fryslân, buurgemeenten en Rijkswaterstaat/ministerie van I en W.
Heerenveen-West
In de bestuursovereenkomst Heerenveen-Skarsterlân van 2000 is afgesproken dat de uitbreiding van Heerenveen in westelijke richting mogelijk gemaakt wordt buiten de gemeentegrens van de gemeente Heerenveen. De uitbreidingsrichting ligt binnen de gemeentegrens van de gemeente De Fryske Marren. Wij hebben geconstateerd dat aan de voorwaarden van de bestuursovereenkomst is voldaan. In december 2025 hebben de gemeenteraden van Heerenveen en De Fryske Marren een Plan van Aanpak vastgesteld voor het opstellen van een gebiedsvisie, een samenwerkingsovereenkomst en een grenscorrectie. Ook is een participatieplan vastgesteld. In het najaar van 2027 kan besluitvorming plaatsvinden over de gebiedsvise, de samenwerkingsovereenkomst en de grenscorrectie. De dorpsbelangen Oudehaske en Rottum zijn nadrukkelijk bij het proces betrokken.
